Blogs over onderwijs

PrinsjesdagOnderwijs

Posted by Thijs Tue, September 19, 2017 22:18:24

Beste meneer Pechtold,

Enige maanden geleden hoorde ik Staatssecretaris Dekker zeggen dat een klas met pubers zwaarder is dan een klas met kleuters. Leerkrachten spraken er schande van. Gelukkig volgde er na lang aandringen een soort van excuusbrief van minister Bussemaker. De gemoederen waren bedaard. Staatsecretaris Dekker is van de VVD, een partij die zich in het verleden nooit echt hard heeft gemaakt voor onderwijs. Deze uitspraak was ergens nog wel te verwachten.

Leerkrachten hadden al hun hoop gevestigd op de formatie. Met D66, dé onderwijspartij, als coalitiepartner zouden er eindelijk stappen worden gezet naar het aanpakken van achterstallig onderhoud in het primair onderwijs. Daar zijn de problemen momenteel het grootst. Het laagste salaris van alle onderwijssectoren, de meeste uitval door burn-outs en het grootst voorspelde lerarentekort; het resultaat van jarenlang ondermaats beleid op onderwijs.

Ook de vakbonden en de werkgeversorganisatie PO-Raad spraken zich uit. Zelfs de sectorraden van het voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs gaven nog voor de formatie aan dat de problemen in het primair onderwijs het meest nijpend zijn. Ook zijn alle betrokken partijen het erover eens hoe die pijn op te lossen is: een eerlijk salaris en minder werkdruk. Goed, het stond dan wel niet in uw verkiezingsprogramma, maar er werd door D66 veel geld (4,5 miljard) vrijgemaakt voor onderwijs. Wanneer de oplossingen op een presenteerblaadje worden aangereikt door de gehele onderwijssector, dan stap je als onderwijspartij over je eigen partijprogramma heen.

Dit dacht ik tenminste. Vanavond verschenen wij beiden in het televisieprogramma EenVandaag. Hierin werd gesproken over de 270 miljoen extra voor salaris, bevochten door de PvdA, dat in de Miljoenennota gepresenteerd werd. In mijn interview gaf ik aan dat de problemen met deze 270 miljoen bij lange na niet opgelost worden, het is een schijntje. Uw reactie versplinterde voor veel leerkrachten het beeld van D66 als onderwijspartij. Want nu blijkt dat we het echt allemaal zelf moeten doen als leerkrachten, ondanks dat wij met ruime meerderheid op uw partij stemden.

“Een prachtige loonsverhoging” (3%) noemde u het. Volgens het OESO rapport van vorige week verdient de basisschoolleerkracht 30% minder dan andere hoger opgeleiden. Hiermee scoren we 15% onder het internationale gemiddelde. Hoe gaat 3% ons vak weer aantrekkelijk maken, meneer Pechtold? Hoe trekken we hiermee jongeren over de streep om voor dit prachtige vak te kiezen? Hoe behouden we leerkrachten die, omwille van het salaris, overstappen naar het voortgezet onderwijs? De leerlingen van nu en de toekomst hebben leerkrachten nodig!

“Wees blij dat je als eerste aan de beurt bent, want heel veel andere sectoren, daar gebeurt het niet” Het gaat ons niet enkel om ons eigen salaris meneer Pechtold. Toekomstige medewerkers van de politie en de zorg verdienen ook goed onderwijs, zelfs toekomstige politici zijn gebaat bij genoeg professionals die ze taal, rekenen en spelling kunnen leren. We verdienen overigens echt minder dan die andere sectoren (vanaf 34:50).

“Ik kom ook wel eens in scholen en daar hoor ik ook andere geluiden”. Dit kan dan niet het afgelopen half jaar zijn geweest. Op bijna elke school hing het manifest, opgesteld en getekend door de sociale partners en POinactie: wij eisen een eerlijk salaris en minder werkdruk. Op 27 juni bleven op 95% van de basisscholen de deuren een uur langer gesloten. Ook ouders van schoolgaande kinderen (85%) steunen deze twee doelen en rekenden op uw partij.

Op 5 oktober staken de basisscholen in Nederland. Dit doen wij, en dat kan ik u eerlijk zeggen, niet graag. De klas in de steek laten, is het laatste wat een leerkracht wil. De inzet waarmee wij elke dag voor de klas staan komt vooral door de liefde voor ons vak. De wens om ieder kind in Nederland goed onderwijs te geven. Om elk kind het gevoel te geven dat hij of zij ertoe doet en de wens om elke generatie een stukje slimmer te maken. We doen dit zodat de problemen waar we in de toekomst mee te maken zullen krijgen, opgelost kunnen worden door een volgende, gelukkige generatie.

Deze staking blijkt nu, meer dan ooit, hard nodig. Onbegrip en onwil van de VVD om de problemen in het onderwijs op te lossen is tot daar aan toe, maar als zelfs “de onderwijspartij” hier niet toe in staat is, zijn we verder van de oplossing dan ik ooit dacht. Red het primair onderwijs of laat de geuzennaam “de onderwijspartij” vallen. Het werkveld zal dat, bij uitblijven van gepaste maatregelen, in elk geval wél doen.


Met groet,

Thijs Roovers
Woordvoerder POinactie


Blog image








If you pay peanuts, you get...Onderwijs

Posted by Thijs Fri, March 03, 2017 11:07:30

…gemotiveerde leerkrachten? Dat moet de gedachte zijn geweest van beleidsmakers de afgelopen jaren. Al jarenlang worden leerkrachten in het primair onderwijs flink onderbetaald. Dat dit nog niet tot acties heeft geleid, mag best bijzonder worden genoemd.

Al eerder schreven Jan van de Ven (artikel) en ik (artikel 1, artikel 2) een aantal stukken over het verschil in salaris tussen leerkrachten in het primair en leraren in het voortgezet onderwijs. Met het steeds groter groeiende lerarentekort, roepen nu ook andere betrokken partijen op tot verandering (PO Raad en AOb).

Ook bij leerkrachten is de roep om meer salaris steeds prominenter aanwezig. In een paar dagen tijd staat het ledenaantal van de Faceboekgroep “PO in actie” boven de 4800. De groep, opgericht door leerkrachten Paul de Brouwer, Mark Mieras en John Bloemscheer van ArnhemMeestert, richt zich op twee onderwerpen: een beter salaris en kleinere klassen. Ondanks dat het een besloten groep is, neemt het aantal leden (bijna allen leerkracht) snel toe. Ze maken zich, terecht, zorgen.

Praten over geld in het onderwijs is vaak nog een taboe. Je wordt geen leerkracht omdat je veel wilt verdienen. Toch is het nu tijd om de zorgen over het lage salaris op grotere schaal te delen. Ik zie gemotiveerde collega’s uitvallen door de hoge werkdruk en tegelijkertijd is er weinig aanwas van nieuwe leerkrachten. We hebben een betere concurrentiepositie nodig om op korte termijn meer gemotiveerde mensen naar het primair onderwijs te krijgen. Er zijn ook andere problemen die opgelost moeten worden, de hoge werkdruk bijvoorbeeld. Met nog minder leerkrachten, zal de werkdruk alleen maar toenemen.

Hoe zit het ook alweer?

Een leerkracht basisonderwijs heeft een hbo-diploma (Bachelor in Education), dit is hetzelfde diploma als een 2e graads leraar in het voortgezet onderwijs. Toch verdienen de leraren in het voortgezet onderwijs behoorlijk veel meer, dit scheelt honderden euro’s per maand. Dit is vreemd, helemaal wanneer je het gemiddeld aantal gewerkte uren per week van de twee sectoren naast elkaar legt. Leerkrachten in het primair onderwijs werken structureel nog meer over (gem. 46,9 uur p/w), de collega’s uit het voortgezet onderwijs (gem. 45,2 uur p/w)


Blog image

(Bron: Aob 'Tijdbesteding leraren po en vo')



Wanneer we kijken naar andere hbo-beroepen, verdienen leerkrachten in het basisonderwijs gemiddeld zelfs 30% minder. Het wordt jongeren met ambitie op deze manier wel heel moeilijk gemaakt om te kiezen voor een baan in het primair onderwijs.


Het is daarom tijd om dit probleem op te pakken en hoewel dit geen populair onderwerp is bij de verschillende politieke partijen, vanwege de miljarden die ermee gemoeid zijn, is het wel belangrijk dat het nu gebeurt. Uit een vragenrondje langs verschillende politieke partijen blijkt dat het onderwerp niet of nauwelijks op de agenda staat. Tijdens de politieke debatten met het oog op de verkiezingen is onderwijs momenteel sowieso een onderbelicht onderwerp. Dit is jammer en onwenselijk. Een beter salaris moet gezien worden als een investering in onze kenniseconomie, het betaalt zichzelf uiteindelijk terug.

'If you pay peanuts, you get monkeys', luidt het Engelse gezegde eigenlijk. Ik mag toch hopen dat dit gezegde ook bij politici, ouders en media bekend is. Laten we vooral zorgen dat ze het te weten komen, deel dit bericht via sociale media, praat erover met je collega’s, vrienden en familie. Als er uiteindelijk acties volgen, moet duidelijk zijn dat dit gebeurt omdat we het beste willen voor onze leerlingen. Wanneer je hart hebt voor kinderen, investeer je in hun toekomst. Er zijn nu al minimaal 4800 collega’s (PO in Actie) die dit best nog eens uit willen komen leggen.

















Foei Tim!Onderwijs

Posted by Thijs Sun, February 26, 2017 11:51:29

Op 15 februari wordt het debat over Onderwijs2032 op verzoek van het CDA geannuleerd. Het CDA wil eerst een hoorzitting. Deze zal eind maart/begin april plaats gaan vinden. Ik ben hier blij mee. Er zijn nog teveel onduidelijkheden en ik ervaar weinig draagvlak onder collega’s en op sociale media.

Naast een hoop positieve reacties op het initiatief van het CDA, kwam er op 16 februari ook een tweetal tweets met minder positieve lading voorbij. Deze waren afkomstig van Tim Versnel, woordvoerder bij de VVD:
Blog image

Blog image

De vele reacties op deze tweet laten zien dat veel collega’s het hier niet mee eens zijn en de harde bewoordingen niet kunnen waarderen. Ook ik voel mij persoonlijk aangevallen en reageer. In mijn reactie stel ik voor om eens te gaan praten. Hoe handig Twitter ook is, het laat soms weinig ruimte voor een genuanceerde dialoog. Tim pakte de uitnodiging direct op en op 22 februari spraken wij elkaar in de Tweede Kamer. In dit blog geef ik een beknopt verslag van het gesprek en zet ik vooral enkele van mijn gedachten uiteen over de het lerarenregister en Onderwijs2032.



Foei Tim!

Zodra we zitten, zeg ik: ‘Foei Tim, dat waren geen fijne tweets.’ Versnel geeft direct aan dat de toon van zijn tweets niet slim was. Het was niet zijn bedoeling om zoveel leraren een slecht gevoel te geven. Hij verontschuldigt zich hiervoor. De aanleiding voor zijn tweets, was een brief van de vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON)

In deze brief zet BON uiteen waarom zij vinden dat de curriculumherziening gestopt moet worden. Door BON niet expliciet te melden, reageren zowel voor- als tegenstanders van Onderwijs2032. Versnel geeft aan dat hij dit niet verwachtte:

‘Het verbaasde mij dat leraren die vaak zo verdeeld zijn in hun opvattingen over onderwijs, zo voor elkaar opkomen en zich naar aanleiding van een tweet toch als één blok opstellen.’


Op dit punt zijn we het eens. Ik spreek vaak met mensen die verschillen van mening over allerhande onderwerpen binnen het onderwijs. Bij deze, soms harde, dialogen ervaar ik vaak begrip voor elkaars mening. De reden dat leraren met passie praten over hun vak, is een flinke bak motivatie om zo goed mogelijk onderwijs te geven. Van mening verschillen mag, graag zelfs, het draagt bij aan de inhoudelijke discussie over de kwaliteit van onderwijs, het zorgt soms voor nieuwe inzichten en stelt het eigen handelen aan de kaak. Het verhaal van Versnel is helder en ondanks dat we het nog niet over de inhoud gehad hebben, merk ik dat ook dit zo’n gesprek kan worden.


Het lerarenregister.

Er staan veel punten in de brief van BON waar ik me in kan vinden. Ook ik ben kritisch over de curriculumherziening. Vooral het lerarenregister is een doorn in mijn oog. Het wetsvoorstel is door de Eerste Kamer en dit betekent dat we, als leraren, vanaf 1 augustus 2018 allemaal ‘registerleraar’ behoren te zijn. Ik vraag Versnel naar zijn mening over het lerarenregister. Volgens Versnel biedt het lerarenregister een kans om de beroepseer weer te herstellen:

‘Mensen ervaren het onderwijs als stug. Ze denken dat leraren niet bereid zijn om bij te leren, terwijl dit vaak wel het geval is. Als je laat zien dat je ontwikkelt en bijschoolt, zal dit de beroepseer ten goede komen….Leraren die tegen het register zijn, worden vast enthousiast als ze zien dat het werkt.’

Ik kan Versnel redelijk vinden in zijn eerste punt. Ook ik zie collega’s hard werken en gesprekken voeren over onderwijs terwijl dit niet zichtbaar is voor de buitenwereld. Toch zie ik ook veel leraren die hun bevlogenheid delen met de rest van de wereld, bijvoorbeeld door publicaties, het organiseren van bijeenkomsten, sociale media etc. Zijn tweede punt vind ik verre van geloofwaardig. Te vaak zijn onderwijsvernieuwingen van bovenaf opgelegd (basisvorming, tweede fase etc.) en uiteindelijk ten onder gegaan.

De Commissie Dijsselbloem analyseerde in haar rapport ‘Tijd voor onderwijs’ een aantal ingrijpende onderwijsvernieuwingen die in de jaren negentig werden doorgevoerd en concludeerde hier onder andere uit:

Politiek draagvlak was belangrijker dan draagvlak in onderwijs:
Regeerakkoorden forceerden een doorbraak, maar versterkten het gesloten beleidsproces. Overeenstemming met het onderwijsveld werd bereikt met de beroeps vertegenwoordigers van belangenorganisaties. Zij leken daarbij dichter bij de politiek te staan, dan bij hun eigen achterban.



Zonder draagvlak zal het lerarenregister nooit gaan werken. Leraren zijn het zat. Getuige ook de reacties onder het bericht dat Sander Dekker plaatste op Twitter waarin hij het aannemen van het Lerarenregister door de Eerste Kamer ‘een mijlpaal” noemde (foto). Op mijn vraag of Versnel namen kan noemen van drie leerkrachten die voorstander zijn van het lerarenregister, moet Versnel een antwoord schuldig blijven.

Ik ben zelf niet tegen een lerarenregister. Ik ben voor een vrijwillig lerarenregister waar leraren kunnen laten zien welke opleidingen en cursussen zij gevolgd hebben. Ik ben tegen een verplicht lerarenregister met onzincursussen, waarbij punten behalen belangrijker is dan de kwaliteit van de cursus.


Onderwijscoöperatie

Een voor mij groot knelpunt ten aanzien van draagvlak is Onderwijscoöperatie (OC). Deze organisatie, belast met de uitvoering van het lerarenregister, is voor mij als gewone leerkracht ontoegankelijk en ondoorzichtig. Op de zeventien vragen die ik de OC in de afgelopen maanden via mail en Twitter stelde, volgden slechts drie antwoorden. Dit ontneemt bij mij de motivatie om mee te willen blijven praten. Tegelijkertijd zorgt dit bij mij voor wantrouwen over het bereiken van al die collega’s die de huidige ontwikkelingen niet op de voet volgen. Kan je erop vertrouwen dat deze leraren zich gehoord voelen door de OC? Ik ben bang van niet.

Wanneer er in de aankomende tijd geen drastische verbetering gaat plaatsvinden in de communicatie van de OC richting leraren en in het betrekken van leraren die geen registerleraar zijn (ongeveer 220.000), voorzie ik grote problemen bij de haalbaarheid van het lerarenregister in de praktijk.


Onderwijs2032

Het volgende punt is de inhoud van Onderwijs2032 (of tegenwoordig ‘curriculumherziening voor primair en voortgezet onderwijs’). Ik vraag Versnel waarom hij dit een belangrijke vernieuwing van ons curriculum vindt:

‘Het onderwijs van nu is ingericht zoals honderd jaar geleden. De maatschappij stelt nieuwe eisen aan de werknemers van de toekomst. Het is een veranderende samenleving en we hebben een dynamisch curriculum nodig, waardoor we veel sneller kunnen inspelen op deze veranderingen.’

Wanneer ik dit hoor, word ik altijd een beetje nerveus. Er was en is altijd een veranderende samenleving. Het enige constante is dat mensen goed moeten kunnen lezen, schrijven en rekenen. Natuurlijk moeten we steeds blijven kijken wat werkt en wat niet werkt. Voor mij zijn dat een goede relatie met de leerling, effectieve directe instructie en vooral veel gemotiveerde, hoogopgeleide collega’s. Momenteel maak ik mij veel meer zorgen over dat laatste punt, dan over de noodzaak voor een aangepast curriculum. Coderen in de basisschool is een prachtig idee, maar waar halen we de tijd en de mensen vandaan die dit gaan doen?

Ten aanzien van het recente voorstel van staatssecretaris Dekker om een lespakket normen en waarden te gaan ontwikkelen voor scholen, zegt Versnel het volgende:

‘Ik zie een tweesplitsing in onze samenleving. Waar de ene groep normen en waarden van thuis uit heeft meegekregen, is er een andere groep die het moeilijk vindt om zich in onze maatschappij succesvol te ontwikkelen, mede veroorzaakt door andere omgangsvormen.’

Ik ben van mening dat lessen in normen en waarden weinig toegevoegde waarde hebben. Normen en waarden draag je uit als school, in alles. Leerlingen succesvol laten zijn in hun ontwikkeling ligt volgens mij veel meer bij het bieden van uitstekend onderwijs in de klas, gegeven door leraren die het goede voorbeeld geven. Met goede cijfers stroom je door naar een goede vervolgopleiding, welke uiteindelijk vaak zorgt voor een betere sociaal culturele positie. Daar moet de focus van de lessen liggen. Het programma op mijn basisschool is momenteel al vol genoeg. Wanneer er nog meer toegevoegd gaat worden, zullen andere vakken minder aan bod komen.



Conclusie

Een goed gesprek heeft altijd zin. Ik vind nog steeds dat zijn tweets niet door de beugel kunnen. We gaan het ook niet eens worden op meerdere onderwerpen. Dat hoeft ook niet, de VVD is mijn partij niet en zal dit ook nooit worden. Het gesprek sterkt mij in mijn eigen opvattingen en maakt dat ik mij nog harder ga inzetten voor meer inspraak van leraren bij onderwijsvernieuwingen. Of het veel invloed gaat hebben op de VVD visie op onderwijs? Ik betwijfel het, maar ik verleg graag een kiezelsteen.

Bij het verlaten van de Tweede Kamer spreek ik nog een keer de woorden uit; Foei Tim, niet meer doen.’ Ik hoop dat die boodschap is aangekomen.











We verdienen meer!Onderwijs

Posted by Thijs Wed, November 02, 2016 22:53:34

Vandaag kwamen er twee tweets op Twitter voorbij over een onderwerp waar ik me al een tijdje druk om maak. We, basisschoolleerkrachten, verdienen te weinig. Het is echt zo. Ik ben niet iemand die is gaan werken in het onderwijs om veel geld te verdienen. Ik ben wel tegen ongelijkheid, zowel bij leerlingen als bij leraren. Over die laatste groep wil ik het vandaag hebben.

De eerste tweet die ik vanmorgen las was die van @lerarentekort:

Blog image

De geciteerde tweet van The Guardian verwijst naar een artikel waaruit blijkt dat leraren in Londen geen fatsoenlijk huis kunnen kopen in de stad waar ze werken. Een fenomeen dat voor mij, als alleenstaande basisschoolleerkracht in Amsterdam en veel van mijn collega’s, zeer herkenbaar is.

De tweet deed mij denken aan het gesprek dat ik een half jaar terug voerde met mijn bank. Nog beduusd van de opmerking eerder in het gesprek: “Verdient een leerkracht zo weinig?”, loop ik het gebouw van mijn hypotheekverstrekker uit. Het gesprek heeft mij twee dingen opgeleverd. Het eerste is het vaststaande feit dat het voor mij het onmogelijk is om een hypotheek te krijgen om dat kleine tweekamerappartement aan de rand van de stad te kopen. De tweede opbrengst van het gesprek is de vraag die sindsdien niet meer uit mijn hoofd gaat: 'Waarom verdient een leerkracht eigenlijk zo weinig?'

Dat het salaris niet hoog is, zal misschien door sommigen worden tegengesproken. Feit is dat leerkrachten uit het primair onderwijs (PO) ongeveer 32% minder verdienen dan andere HBO afgestudeerden. Dit blijkt uit recent gepubliceerde gegevens van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). In datzelfde overzicht blijkt dat leraren uit bijvoorbeeld het voortgezet onderwijs (VO) ook onder het gemiddelde verdienen, maar toch een stuk beter dan de basisschoolleerkracht. Vooral dit laatste verbaast mij.



Verschil PO - VO

Daar sta ik niet alleen in. De tweede tweet die ik vandaag zag was die van @Lisawesterveld.


Blog image


Het pleidooi van Rik Grashoff zal hopelijk veel bijval krijgen. Leerkrachten in het basisonderwijs krijgen structureel minder betaald dan leraren in het middelbaar onderwijs. Dit verschil bestaat niet enkel tussen eerstegraads leraren in het VO en basisschoolleerkrachten. Ook de tweedegraads leraren in het VO, met hetzelfde diploma als een leraar in het PO (Bachelor of Education), krijgen meer salaris.



De cijfers

Om dit verschil te verduidelijken staan hieronder een aantal overzichten. Het eerste laat het startsalaris zien voor zowel PO als VO.
Blog image
De bedragen ontlopen elkaar in het eerste jaar voor de klas niet veel. Wanneer je kijkt naar de ontwikkeling van de lonen naarmate er meer jaren wordt lesgegeven, groeit dit verschil.


Blog image



Doorgroeien

Leerkrachten PO starten in de LA schaal, in het VO de LB schaal. Sinds 2008 is er, dankzij het Convenant Leerkracht van Nederland, de kans om ook binnen het basisonderwijs op te klimmen naar een LB functie. Het aandeel leraren in het PO met een LB functie bedroeg 25,5 procent in 2015. Een LB functie is volgens de AOb geen functieverzwaring, maar in de praktijk ervaar, hoor en zie ik het anders. Naast de reguliere taken van een LA leerkracht heeft de LB leerkracht een specialistische taak. Deze moet passen in de (bij een volle fte) 40 urige werkweek. Vanuit eigen ervaring kan ik zeggen dat veel van de uren die ik maak hier niet binnen passen.

De LB functie in het PO is overigens niet hetzelfde als de LB schaal in het VO. Zelfs met een uitgebreider takenpakket wordt er in het PO minder verdiend dan met een ‘normale’ baan in het VO.

Blog image
In schaal 12 scheelt dit bruto EUR 501,- per maand. Terugkomend op het probleem van een huis kopen; dit betekent een maximale hypotheek van € 233.619,- (met 12+ dienstjaren) in het PO en € 261.040,- in het VO. (bron: SNS bank)

In beide sectoren van het onderwijs bestaat de mogelijkheid om door te groeien naar een LC functie. Dit gebeurt echter zelden in het PO. In 2015 was 0,3% van de leraren ingeschaald in deze LC schaal, tegen 31% in het VO. Ook bij deze schalen is er een duidelijk verschil te zien.

Blog image



Functiezwaarte

Zonder direct de discussie aan te willen gaan over waar de zwaarte van de functie het hoogst is, wil ik toch een aantal cijfers laten zien waaruit blijkt dat het werken in het PO in ieder geval niet minder zwaar is dan in het VO.

Zo heeft een leerkracht in het PO 930 contacturen en een leraar in het VO 750 op jaarbasis. In het VO bedien je natuurlijk meer leerlingen per leraar, in het PO geef je tien verschillende vakken. Qua voorbereidingstijd en nakijkwerk zal dit elkaar niet veel ontlopen. Het ziekteverzuim binnen de twee verschillende sectoren sterkt mij ook in de gedachte dat er in ieder geval gelijkwaardigheid bestaat. Uit het onderzoeksrapport Verzuimonderzoek PO en VO 2015 van DUO blijkt namelijk dat niet alleen het percentage van ziekteverzuim in het PO hoger is (respectievelijk 4,3 in VO en 6,4 in PO), er is tevens een stijging in het ziekteverzuim waar te nemen terwijl het percentage in het VO gelijk blijft.



Oorzaken

Op mijn vragen aan Ben Hoogenboom (BH) en Walter Dresscher (WD) van de AOb hoe het verschil verklaard kan worden, zijn de volgende antwoorden gegeven:

‘De reden is de werking van de arbeidsmarkt. Het gaat daarbij om vraag en aanbod tegen de achtergrond van schaarste. Schaarste ontstaat door verschillende factoren, zoals opleidingsniveau en aantrekkelijkheid van het werk. De situatie in de arbeidsmarkt in het algemeen is voor de onderwijssector een gegeven, en daar vallen dus niet zo veel keuzes te maken. Salarissen gaan omhoog door schaarste, en schaarste ontstaat door hogere eisen aan het opleidingsniveau, die weer gebaseerd zijn op de ingewikkeldheid van het werk. Het probleem in het onderwijs is dat het werk wel degelijk ingewikkeld is, maar dat dit door de samenleving en de werkgevers onvoldoende gezien wordt.‘(WD)

‘Tegenwoordig is de rechtvaardiging voor dit verschil steeds moeilijker te leveren.’(HD)

Als mogelijke oplossing wordt door het AOb vooral het opleidingsniveau van de PO leerkracht genoemd:

‘De structuur van de arbeidsmarkt is gebouwd op opleidingsniveaus, die gebruikt worden bij de functiewaardering en uiteindelijk de loonbepaling. Voor cao partijen is dit niet iets wat je zo maar kunt veranderen, want dat zou tot verstoringen leiden in de vorm van tekorten of overschotten.’(WD)

‘Ons streven is er daarom op gericht om de opleidingseisen voor het leraarsberoep omhoog te brengen. Dit betekent verzwaring en verdieping van de opleiding. Het inhoudelijk argument ontlenen wij aan het belang van goed onderwijs voor de leerling en de samenleving en de gecompliceerdheid van het vak. Om die reden hebben wij reeds in 1996 voorgesteld de pabo een academische opleiding te maken, wat echter niet overgenomen is, integendeel, in de praktijk is het pabo niveau sindsdien nogal afgezakt, wat de kansen op een hogere waardering verslechterd heeft.’(WD)

En nu?

Het gaat mij natuurlijk niet alleen om mijn eigen sores bij het kopen van een huis. Het gaat mij om het behoud van goede collega’s en het aantrekken van nieuwe topleerkrachten voor het basisonderwijs. Veel van de startende leerkrachten vertrekken weer snel, de aanmeldingen op de pabo’s lopen terug en het lerarentekort komt er aan. Ik vraag niet om snelle commerciële meisjes of jongens. Werken in het onderwijs moet bestemd blijven voor mensen met een passie voor pedagogiek en didactiek. Ik vraag niet om een wedstijdje functiezwaarte tussen leraren in het VO en leerkrachten in het PO, ik vraag om gelijke monniken gelijke kappen. Ik vraag niet om een herenhuis aan de Prinsengracht, ik vraag om een heel klein flatje enigszins in de buurt van mijn werk.

Hoe? Volgens de AOb moeten we ons verenigen. Ik hoop hier echt op. Ik hoop dat mijn vooroordeel dat er veel leerkrachten in het PO parttime werken en geen kostwinner zijn, waardoor de noodzaak voor een hoger salaris minder gevoeld wordt, onjuist is. Ik hoop dat jullie, mijn collega leerkrachten PO, het met mij eens zijn dat het werk dat wij doen minstens net zo belangrijk is als het werk van de leraren in het VO en dat we derhalve een zelfde waardering verdienen. Ik hoop dat jullie net als ik inzien dat met een hoger salaris en betere doorgroeimogelijkheden er minder collega's vertrekken en het beroep aantrekkelijker wordt voor leerkrachten in de dop. Deel dit verhaal, praat erover met je collega's en zorg ervoor dat we gehoord worden.


We zijn het waard, we verdienen meer!