Blogs over onderwijs

Blogs over onderwijs

Foei Tim!

OnderwijsPosted by Thijs Sun, February 26, 2017 11:51:29

Op 15 februari wordt het debat over Onderwijs2032 op verzoek van het CDA geannuleerd. Het CDA wil eerst een hoorzitting. Deze zal eind maart/begin april plaats gaan vinden. Ik ben hier blij mee. Er zijn nog teveel onduidelijkheden en ik ervaar weinig draagvlak onder collega’s en op sociale media.

Naast een hoop positieve reacties op het initiatief van het CDA, kwam er op 16 februari ook een tweetal tweets met minder positieve lading voorbij. Deze waren afkomstig van Tim Versnel, woordvoerder bij de VVD:

De vele reacties op deze tweet laten zien dat veel collega’s het hier niet mee eens zijn en de harde bewoordingen niet kunnen waarderen. Ook ik voel mij persoonlijk aangevallen en reageer. In mijn reactie stel ik voor om eens te gaan praten. Hoe handig Twitter ook is, het laat soms weinig ruimte voor een genuanceerde dialoog. Tim pakte de uitnodiging direct op en op 22 februari spraken wij elkaar in de Tweede Kamer. In dit blog geef ik een beknopt verslag van het gesprek en zet ik vooral enkele van mijn gedachten uiteen over de het lerarenregister en Onderwijs2032.



Foei Tim!

Zodra we zitten, zeg ik: ‘Foei Tim, dat waren geen fijne tweets.’ Versnel geeft direct aan dat de toon van zijn tweets niet slim was. Het was niet zijn bedoeling om zoveel leraren een slecht gevoel te geven. Hij verontschuldigt zich hiervoor. De aanleiding voor zijn tweets, was een brief van de vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON)

In deze brief zet BON uiteen waarom zij vinden dat de curriculumherziening gestopt moet worden. Door BON niet expliciet te melden, reageren zowel voor- als tegenstanders van Onderwijs2032. Versnel geeft aan dat hij dit niet verwachtte:

‘Het verbaasde mij dat leraren die vaak zo verdeeld zijn in hun opvattingen over onderwijs, zo voor elkaar opkomen en zich naar aanleiding van een tweet toch als één blok opstellen.’


Op dit punt zijn we het eens. Ik spreek vaak met mensen die verschillen van mening over allerhande onderwerpen binnen het onderwijs. Bij deze, soms harde, dialogen ervaar ik vaak begrip voor elkaars mening. De reden dat leraren met passie praten over hun vak, is een flinke bak motivatie om zo goed mogelijk onderwijs te geven. Van mening verschillen mag, graag zelfs, het draagt bij aan de inhoudelijke discussie over de kwaliteit van onderwijs, het zorgt soms voor nieuwe inzichten en stelt het eigen handelen aan de kaak. Het verhaal van Versnel is helder en ondanks dat we het nog niet over de inhoud gehad hebben, merk ik dat ook dit zo’n gesprek kan worden.


Het lerarenregister.

Er staan veel punten in de brief van BON waar ik me in kan vinden. Ook ik ben kritisch over de curriculumherziening. Vooral het lerarenregister is een doorn in mijn oog. Het wetsvoorstel is door de Eerste Kamer en dit betekent dat we, als leraren, vanaf 1 augustus 2018 allemaal ‘registerleraar’ behoren te zijn. Ik vraag Versnel naar zijn mening over het lerarenregister. Volgens Versnel biedt het lerarenregister een kans om de beroepseer weer te herstellen:

‘Mensen ervaren het onderwijs als stug. Ze denken dat leraren niet bereid zijn om bij te leren, terwijl dit vaak wel het geval is. Als je laat zien dat je ontwikkelt en bijschoolt, zal dit de beroepseer ten goede komen….Leraren die tegen het register zijn, worden vast enthousiast als ze zien dat het werkt.’

Ik kan Versnel redelijk vinden in zijn eerste punt. Ook ik zie collega’s hard werken en gesprekken voeren over onderwijs terwijl dit niet zichtbaar is voor de buitenwereld. Toch zie ik ook veel leraren die hun bevlogenheid delen met de rest van de wereld, bijvoorbeeld door publicaties, het organiseren van bijeenkomsten, sociale media etc. Zijn tweede punt vind ik verre van geloofwaardig. Te vaak zijn onderwijsvernieuwingen van bovenaf opgelegd (basisvorming, tweede fase etc.) en uiteindelijk ten onder gegaan.

De Commissie Dijsselbloem analyseerde in haar rapport ‘Tijd voor onderwijs’ een aantal ingrijpende onderwijsvernieuwingen die in de jaren negentig werden doorgevoerd en concludeerde hier onder andere uit:

Politiek draagvlak was belangrijker dan draagvlak in onderwijs:
Regeerakkoorden forceerden een doorbraak, maar versterkten het gesloten beleidsproces. Overeenstemming met het onderwijsveld werd bereikt met de beroeps vertegenwoordigers van belangenorganisaties. Zij leken daarbij dichter bij de politiek te staan, dan bij hun eigen achterban.



Zonder draagvlak zal het lerarenregister nooit gaan werken. Leraren zijn het zat. Getuige ook de reacties onder het bericht dat Sander Dekker plaatste op Twitter waarin hij het aannemen van het Lerarenregister door de Eerste Kamer ‘een mijlpaal” noemde (foto). Op mijn vraag of Versnel namen kan noemen van drie leerkrachten die voorstander zijn van het lerarenregister, moet Versnel een antwoord schuldig blijven.

Ik ben zelf niet tegen een lerarenregister. Ik ben voor een vrijwillig lerarenregister waar leraren kunnen laten zien welke opleidingen en cursussen zij gevolgd hebben. Ik ben tegen een verplicht lerarenregister met onzincursussen, waarbij punten behalen belangrijker is dan de kwaliteit van de cursus.


Onderwijscoöperatie

Een voor mij groot knelpunt ten aanzien van draagvlak is Onderwijscoöperatie (OC). Deze organisatie, belast met de uitvoering van het lerarenregister, is voor mij als gewone leerkracht ontoegankelijk en ondoorzichtig. Op de zeventien vragen die ik de OC in de afgelopen maanden via mail en Twitter stelde, volgden slechts drie antwoorden. Dit ontneemt bij mij de motivatie om mee te willen blijven praten. Tegelijkertijd zorgt dit bij mij voor wantrouwen over het bereiken van al die collega’s die de huidige ontwikkelingen niet op de voet volgen. Kan je erop vertrouwen dat deze leraren zich gehoord voelen door de OC? Ik ben bang van niet.

Wanneer er in de aankomende tijd geen drastische verbetering gaat plaatsvinden in de communicatie van de OC richting leraren en in het betrekken van leraren die geen registerleraar zijn (ongeveer 220.000), voorzie ik grote problemen bij de haalbaarheid van het lerarenregister in de praktijk.


Onderwijs2032

Het volgende punt is de inhoud van Onderwijs2032 (of tegenwoordig ‘curriculumherziening voor primair en voortgezet onderwijs’). Ik vraag Versnel waarom hij dit een belangrijke vernieuwing van ons curriculum vindt:

‘Het onderwijs van nu is ingericht zoals honderd jaar geleden. De maatschappij stelt nieuwe eisen aan de werknemers van de toekomst. Het is een veranderende samenleving en we hebben een dynamisch curriculum nodig, waardoor we veel sneller kunnen inspelen op deze veranderingen.’

Wanneer ik dit hoor, word ik altijd een beetje nerveus. Er was en is altijd een veranderende samenleving. Het enige constante is dat mensen goed moeten kunnen lezen, schrijven en rekenen. Natuurlijk moeten we steeds blijven kijken wat werkt en wat niet werkt. Voor mij zijn dat een goede relatie met de leerling, effectieve directe instructie en vooral veel gemotiveerde, hoogopgeleide collega’s. Momenteel maak ik mij veel meer zorgen over dat laatste punt, dan over de noodzaak voor een aangepast curriculum. Coderen in de basisschool is een prachtig idee, maar waar halen we de tijd en de mensen vandaan die dit gaan doen?

Ten aanzien van het recente voorstel van staatssecretaris Dekker om een lespakket normen en waarden te gaan ontwikkelen voor scholen, zegt Versnel het volgende:

‘Ik zie een tweesplitsing in onze samenleving. Waar de ene groep normen en waarden van thuis uit heeft meegekregen, is er een andere groep die het moeilijk vindt om zich in onze maatschappij succesvol te ontwikkelen, mede veroorzaakt door andere omgangsvormen.’

Ik ben van mening dat lessen in normen en waarden weinig toegevoegde waarde hebben. Normen en waarden draag je uit als school, in alles. Leerlingen succesvol laten zijn in hun ontwikkeling ligt volgens mij veel meer bij het bieden van uitstekend onderwijs in de klas, gegeven door leraren die het goede voorbeeld geven. Met goede cijfers stroom je door naar een goede vervolgopleiding, welke uiteindelijk vaak zorgt voor een betere sociaal culturele positie. Daar moet de focus van de lessen liggen. Het programma op mijn basisschool is momenteel al vol genoeg. Wanneer er nog meer toegevoegd gaat worden, zullen andere vakken minder aan bod komen.



Conclusie

Een goed gesprek heeft altijd zin. Ik vind nog steeds dat zijn tweets niet door de beugel kunnen. We gaan het ook niet eens worden op meerdere onderwerpen. Dat hoeft ook niet, de VVD is mijn partij niet en zal dit ook nooit worden. Het gesprek sterkt mij in mijn eigen opvattingen en maakt dat ik mij nog harder ga inzetten voor meer inspraak van leraren bij onderwijsvernieuwingen. Of het veel invloed gaat hebben op de VVD visie op onderwijs? Ik betwijfel het, maar ik verleg graag een kiezelsteen.

Bij het verlaten van de Tweede Kamer spreek ik nog een keer de woorden uit; Foei Tim, niet meer doen.’ Ik hoop dat die boodschap is aangekomen.











  • Comments(0)//blog.meesterthijs.nl/#post1